Louis Reith in NachtExpo, foto Aalt van de Glind

Drie dwarse initiatieven in Deventer

Issue no2
april - mei 2021
#WATGEVENWEDOOR

Met enige regelmaat strijken we neer in een stad om de lokale kunstscene te verkennen. Pernilla Ellens trok twee dagen naar Deventer om daar te spreken met enkele kunstenaars die er kunstinitiatieven zijn begonnen.

Deventer is een historische stad, mooi gelegen aan de IJssel, met een pittoreske architectuur. Het is er relatief stil, zeker in vergelijking met de drukke Randstad. Die rust betekent echter niet dat er niets gebeurt op het gebied van hedendaagse kunst. Er bevinden zich relatief veel kunstenaarsinitiatieven, die ook in coronatijd van zich laten horen. In de stille stad zijn fel verlichte raam-exposities in de nacht, futuristische lawaaimachines en een ruimte waar kunst terug kunst mag zijn. Bij een tweedaags bezoek aan de stad ga ik in gesprek met de organisatoren achter een drietal kunstenaarsinitiatieven.

Er woont een relatief groot aantal kunstenaars in Deventer, maar voor een stad van deze omvang relatief weinig jonge kunstenaars. Mij wordt verteld dat er geen universiteit of kunstacademie gevestigd is, daarvoor moet je naar Zwolle, waar meer jonge kunstenaars zich vestigen. Toch is de verhouding tussen het aantal inwoners en wat er gebeurt op kunst en cultuurgebied goed te noemen, mede dankzij de inspanningen van het Kunstenlab, dat fungeert als een belangrijke schakel in het kunstenveld in Deventer. De instelling, gegroeid uit het CBK, wordt grotendeels gefinancierd door de gemeente. Deventer kunstenaars kunnen zich inschrijven bij het Kunstenlab, die bemiddelen in ateliers en ondersteuning en advies bieden. Het Kunstenlab heeft ook twee expositieruimtes waar presentaties worden getoond, maar die ruimtes zijn niet uitsluitend voor Deventer kunstenaars.

Er zijn afgezien van het Kunstenlab geen andere grote kunstinstituten in Deventer gevestigd. In de omgeving is Kunstvereniging Diepenheim, met bovenregionale uitstraling, en in Zwolle is uiteraard Museum De Fundatie. Als je iets wilt als kunstenaar in Deventer, moet je zelf mogelijkheden creëren. Dat heeft zo zijn voordelen. Als je zelf iets opricht, kun je het precies doen zoals jij het wilt. Vanuit deze houding zijn er verschillende kleine, eigengereide initiatieven in Deventer, met een originele programmering. Ze dragen namen als De Perifeer, Room for the Study of Loneliness (R.S.O.L) en Nacht Expo en worden gerund door kunstenaars die naast hun eigen praktijk de behoefte voelen om publiek programma te maken en plaatsen te creëren waar hedendaagse cultuur getoond wordt.

De kleine initiatieven in Deventer werken vaak samen en maken gebruik van elkaars mogelijkheden. Zo programmeert De Perifeer, een platform voor voornamelijk muziek en geluidskunst, dat wordt gerund vanuit het atelier van kunstenaar en curator Harco Rutgers, ook beeldende kunst in de expositieruimtes van het naastgelegen Kunstenlab. Nacht Expo presenteert bijvoorbeeld in augustus in samenwerking met De Perifeer een tentoonstelling van Matthias König, die zowel muzikaal als autonoom werk maakt. Harco Rutgers brengt dan een uitgave uit van het muzikale werk van Matthias Königs alter ego Snackbar the Ambassador uit op zijn label Esc.rec. en organiseert vanuit De Perifeer een afsluitend concert. Voor logistieke ondersteuning kunnen de initiatieven weer bij Kunstenlab terecht.

De initiatieven zien elkaar niet als concurrenten, maar als eigenzinnige aanvullingen op het aanbod die elkaar ondersteunen en helpen waar nodig. R.S.O.L., het kunstenaarsinitiatief van Ton Kruse opereert in vergelijking meer solitair, maar vormt wel een onlosmakelijk onderdeel uit van het netwerk van kunstinitiatieven. Tijdens mijn bezoek ging ik daar als eerste kijken, en bezocht achtereenvolgens ook De Perifeer en NachtExpo. Ik ging er in gesprek met de oprichters over hun initiatief om zo hun positie binnen het stadslandschap te nader te leren kennen.

R.S.O.L

Room for the Study of Loneliness is een ruimte voor hedendaagse kunst, gelegen in een atelierpand in een woonwijk aan de rand van Deventer. De vlag hangt aan de zijkant van het pand, en niet aan de voorkant, zodat de mensen die het zoeken het kunnen vinden, maar het toch niet te veel aandacht trekt, vertelt Ton Kruse. Op een regenachtige dag ontmoet ik hem in R.S.O.L., en hebben we een gesprek over het initiatief, midden in de huidige expositie. Op dit moment is in de ruimte is de tentoonstelling Mijn hemel! / My heavens! / Mi cielo! te zien van Martín la Roche en Nanda Runge.

Nanda Runge, very important building Toronto, 2010 (r); clear dreams V, 2017 (lb); VIB’s very important buildings, 2008 (lo)
 

Het initiatief R.S.O.L., gestart in 2018, is onderdeel van het kunstenaarschap van Kruse. In zijn eigen atelier toont hij werk van hedendaagse makers, en verkoopt hij enkele publicaties omtrent kunstkritiek. Ook runt Kruse hier de Faculty of In-Humanities, waarin hij kunstenaars aan kunstwetenschappers koppelt. De Faculty of In-Humanities maakt verschillende presentaties en geeft ook een tijdschrift uit.

—Pernilla Ellens Waar staat R.S.O.L. voor?

—Ton Kruse De naam R.S.O.L. verwijst naar de precaire maatschappelijke en sociaal-economische positie waarin kunstenaars zich bevinden. De kunstenaar aan de rand van de samenleving, die niet begrepen wordt, heeft een eenzame positie. R.S.O.L is niet alleen een culturele onderneming, maar ook een kunstwerk. In iedere activiteit van de ruimte wordt het kunstwerk verder uitgewerkt. Binnen R.S.O.L. gaat het over de praktijk van de kunst en de beoefenaars van de praktijk. Het richt zich niet tot een breed publiek, maar tot kunstenaars, kunsttheoretici, schrijvers en geesteswetenschappers. Iedere presentatie heeft een eigen thema, theoretisch kader waarin ik de praktijken van kunstenaars samenbreng. De huidige tentoonstelling wordt ingeleid door een aantal citaten van Theodor Adorno en Fernando Pessoa, gevolgd door een kort essay van mijzelf. Dat tekstueel kader vormt de rode draad in de programmering. Elke keer dat R.S.O.L. opent, is dat een performance. Een werk dat wordt uitgevoerd, ook als er geen publiek bij is.

—Pernilla Ellens Als R.S.O.L een kunstwerk is in je eigen studio, hoe verhoudt je eigen werk zich dan tot de ruimte?

—Ton Kruse Ik zie het maken van deze presentaties, de Faculty en R.S.O.L. als geheel, als kunstwerk. Het genereert op eenzelfde manier kennis en inzichten zoals een kunstwerk dat doet. Alleen is het doorgaand en veelvormig, doordat je steeds nieuwe mensen inbrengt. Ik zie dit allemaal als onderdeel van mijn eigen praktijk. De formulering van de gedachte dat is eigenlijk het ontstaan van het kunstwerk. Dat vind ik interessant. Ik werk ook nadrukkelijk niet met subsidies, daar komt zoveel administratie bij kijken en dan ben je op een gegeven moment in dienst van de kunstruimte, in plaats van dat het nog over de kunst gaat. Ik wil het echt over de kunst laten gaan.

Martín la Roche, Spell Nr 1, 2021

Martín La Roche, L'optique modern (a continuation), 2021
 

—Pernilla Ellens Kun je je keuze voor de huidige exposerende kunstenaars toelichten?

—Ton Kruse Ik baseer de keuzes voor de deelnemers op mijn eigen praktijk. Als kunstenaar kijk ik continu om me heen, en vraag ik me af hoe mijn werk zich verhoudt tot wat er om me heen gebeurt. Ik kijk translokaal en transhistorisch, ook naar de kunstgeschiedenis. Nanda Runges werk volgde ik al een tijdje. Ze schildert, vaak met inkt, plaatsen die een bepaalde betekenis hebben. Ze is echt een schilder, maar je ziet hier ook installaties en video’s. Dat komt normaal minder in haar praktijk naar voren. De installaties van Nanda zijn een soort assemblages, maar met losse elementen. Deze verschuiven wel eens wat, er gaat wel eens wat weg of er komt iets bij. Dat boeit me erg. Dat het werk niet meer het schilderij is wat je kunt bewaren, maar dat het een idee is dat je kunt vormen. Het blijft zich ontwikkelen en het blijft groeien; het gaat steeds weer verder. Martín ben ik onlangs tegengekomen. Ik vind het heel mooi aan Martíns praktijk dat zijn werk vaak tussen het materiële en het immateriële in zit. Soms is het gewoon een idee of een handeling. In deze tentoonstelling zit bijvoorbeeld een geluidskunstwerk, waarin het woord "listen" wordt uitgesproken. Een aantal keren en dan is het weer weg. Dat vind ik mooi, dat het ook performatief en niet-materieel kan zijn. Dat je een handeling verricht en dan is het weer weg. Het is de gedachte die is gevormd en afgerond en dat is het werk.

Overzicht Mijn Hemel, 2021, R.S.O.L.

De Perifeer

Net als R.S.O.L. is De Perifeer een kunstenaarsinitiatief waarin vanuit het atelier letterlijk podium wordt geboden aan hedendaagse cultuur. De Perifeer, opgericht in 2014, is een initiatief van kunstenaar, ontwerper, curator en label-eigenaar Harco Rutgers. Ik spreek hem in zijn studio in het Havenkwartier, net buiten het centrum van Deventer. Hier presenteert Rutgers performances, geluidskunst en experimentele muziek tijdens concerten voor maximaal dertig mensen (ook buiten coronatijd). Nu staat er geen artiest op het kleine podium, en is het atelier gevuld met het logo van de Perifeer, een eenzame dj-set en een kleine kantoorruimte behangen met posters. Verspreid over het atelier liggen dozen met singletjes en elpees. Dit zijn uitgaven van Esc.rec, het label van Rutgers, gelieerd aan het programma van De Perifeer.

Instruments Make Play - Paper Ensemble, foto Niek Doup

—Pernilla Ellens Concerten voor dertig mensen in je atelier, dat klinkt intiem.

—Harco Rutgers Ja, dat is het ook maar juist die intimiteit zorgt voor een waardevolle ervaring zowel voor artiest als bezoeker. Voor grotere producties werkt De Perifeer regelmatig samen met andere instellingen in Deventer, zoals filmtheater MIMIK, poppodium het Burgerweeshuis of de Lebuinuskerk. De Perifeer behoudt wel zijn eigen autonomie, programmering en zienswijze tijdens de samenwerkingen. De programmering probeert cutting-edge te zijn en is dus niet altijd even makkelijk, maar wel noodzakelijk voor de artistiekinhoudelijke ontwikkeling van de maker en het bieden van nieuwe ervaringen aan het publiek.

—Pernilla Ellens De Perifeer is een platform voor experimentele muziek, maar je bent ook actief als curator. Hoe zie je de link tussen kunst en muziek?

—Harco Rutgers Daar zie ik eigenlijk weinig verschil tussen. Experimentele muziek kan geluidskunst worden en geluidskunst kan ook vorm krijgen in beeldende kunst. In mijn hoofd is het allemaal kunst, ik maak daar weinig onderscheid in. Alleen heb ik er een ander soort ruimte voor nodig, vandaar dat ik samenwerkingen aanga. Ik laat me voor de programma’s die ik maak inspireren door zowel muziek als kunst, maar vaak is er wel een link met geluid. Zo organiseer ik bijvoorbeeld ook het project Instruments Make Play, samen met twee programmeurs. Dat gaat over kunstenaars die hun eigen instrumenten bouwen en daarmee optreden. Bij die optredens zitten ook installaties, en aspecten die een beeldende component hebben. Ook het werk wat gemaakt wordt in de residenties is vaak zowel een geluidsdrager als een kunstwerk, zoals het werk van Eli Gras.

—Pernilla Ellens Kun je iets meer vertellen over de residencies, zijn die gericht op kunst en muziek?

—Harco Rutgers Ja, we organiseren residenties waarin kunstenaars ondersteuning krijgen bij het maken van nieuw werk. Daarnaast opereren we ook als curator van exposities. De Perifeer is bijvoorbeeld gastcurator geluidskunst van de IJsselbiënnale in het kader waarvan de geluidssculptuur van Edwin van der Heide bij Zutphen wordt gerealiseerd. In het nabijgelegen Kunstenlab hier in Deventer is nu de expositie Bang voor Kunst te zien. In samenwerking met De Nieuwe Oost Pop en Kunstenlab initieerde ik vanuit De Perifeer deze tentoonstelling met werk van Olphaert den Otter, Dominique Himmelsbach de Vries en Wessel Westerveld. In de expositie worden verbindingen gelegd en parallellen getrokken tussen de geschiedenis van de entartete kunst en actuele kunst. We kunnen wel even gaan kijken, en dan verder praten.

Voorgrond: Intonarumori, Wessel Westerveld; Achtergrond: Olphaert den Otter in Bang voor Kunst, foto Aalt van de Glind

Wessel Westerveld, Intonarumori, in Bang voor Kunst, foto Aalt van de Glind

—Pernilla Ellens We staan hier tussen de werken van Wessel Westerveld; houten dozen, met daarin radertjes en machinerie en een grote toeter, als bij een grammofoonspeler. Kun je toelichten, hoe deze werken zich verhouden tot het thema van de tentoonstelling?

—Harco Rutgers Samen met cultuurfilosoof John Heymans heeft geluidskunstenaar Wessel Westerveld onderzoek gedaan naar de Intonarumori van de futurist Luigi Russolo; atonale instrumenten die Russolo ‘lawaaimachines’ noemde. Russolo publiceerde in 1913 zijn futuristisch manifest L’arte dei rumori (The Art Of Noise). De Intonarumori zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog vernietigd in een bombardement. Het manifest en de Intonarumori lijken op basis van atonaliteit te vallen onder ‘entartete musik’, maar het futurisme en Luigi Russolo worden juist vaak geassocieerd met fascisme. Wessel Westerveld heeft replica’s gebouwd van de Intonarumori. Deze zijn nu in gebruik door de Veenfabriek in Leiden. Daarnaast maakte Wessel Westerveld ook een aantal eigen variaties op de Intonarumori, die te zien zijn in deze tentoonstelling. Op 30 mei zijn deze instrumenten te horen in een concert van Wessel in samenwerking met Rick Boerman en Patrick Jonkman onder de naam Kraftformer.

Eli Gras - Grass Velvet, Instruments Make Play, foto Viorica Cernica.

Peter Zegveld, optreden in De Perifeer, foto Viorica Cemica

NachtExpo

Waar de exposities van veel kunstruimtes nu onzichtbaar zijn, omdat er geen publiek bij mag zijn, gaat NachtExpo sinds september 2020 gestaag door met een programmering van hedendaagse kunst zichtbaar en toegankelijk voor een groot publiek. Het initiatief, gerund door de jonge kunstenaars Aalt van de Glind en Bart Koldewee, organiseert exposities in een etalage in een anti-kraak gebouw vlakbij het station van Deventer. Achter de grote ramen was eerder onder andere werk te zien van Ide André, Louis Reith, Harry Markusse, Simone Albers en recentelijk Katarina Juričić. Ik spreek Van de Glind en Koldewee in de ruimte van NachtExpo, de enthousiaste gezichten van de twee organisatoren worden daarbij verlicht door de kleurrijke installatie Sunny Side of the Street van Juričić.

—Pernilla Ellens Zijn de exposities van NachtExpo alleen te zien in de nacht?

—Aalt van de Glind Afhankelijk van wat we programmeren zijn de exposities soms ook overdag te zien, maar de nadruk ligt op de nacht. ‘s Nachts komt het werk het beste tot zijn recht. De verlichting gaat door middel van een timer aan op het moment dat de zon ondergaat. Dat moment kan dus wisselen naar gelang het seizoen. Op die manier hoeven we niet te suppoosten. Dat scheelt want we hebben allebei onze eigen kunstenaarspraktijk en ook nog ander werk. Op deze manier kunnen we NachtExpo blijven runnen op een manier die voor ons haalbaar is en waar we veel plezier uit halen.

—Pernilla Ellens Is NachtExpo ontstaan uit de behoeften die de coronacrisis voortbracht?

—Bart Koldewee Niet direct, het concept bestond al in 2017, toen nog op een andere locatie en door mij en beeldend kunstenaar Mathijs van Sark gerund. Dat hield op een gegeven moment op, en tijdens gesprekken met kunstenaars werd duidelijk dat de NachtExpo gemist werd. Ik heb het toen samen met Aalt weer nieuw leven ingeblazen. We waren op zoek naar een ruimte maar konden niets geschikts vinden. Toen stonden we voor dit pand, waar mijn atelier aan de achterkant zit en bedachten we dat het ook hier kan. Na een gesprek met de verhuurder hebben we hier verlichting in gehangen en een diagonale wand gebouwd, en toen hadden we een kunstruimte. Zo simpel is het. We hebben verder ook geen pretenties. Het werkt ook heel goed, want het is de enige ruimte die ‘s nachts verlicht is in dit grote kantoorpand.

Katarina Juričić in NachtExpo, foto Aalt van de Glind

—Pernilla Ellens NachtExpo programmeert hedendaagse kunst op een onverwachte plaats. Wie willen jullie bereiken?

—Aalt van de Glind Het concept is heel toegankelijk en laagdrempelig, je kan niet eens naar binnen. En toch komen er heel veel mensen langs, dit is een drukke weg. Mensen die doorgaans niet naar een kunstruimte zouden komen, zien nu wel hedendaags werk en het prikkelt ze. Dat vinden we heel mooi, dat we een grote groep bereiken buiten ons netwerk. De reacties zijn overweldigend en dankbaar. Het is voor ons vanzelfsprekend maar het feit dat wij iets doen waar wij niet zelf winst uithalen is voor veel mensen een vreemd idee. We willen graag aan iets bouwen dat iets toevoegt, in plaats van iets wegneemt.

Harry Markusse in NachtExpo, foto Aalt van de Glind

Idé André in NachtExpo, foto Aalt van de Glind

—Pernilla Ellens De exposities zien er stralend uit aan de straatkant. Hoe zorgen jullie aan de achterkant van de organisatie dat NachtExpo mogelijk is?

—Bart Koldewee Met minimale middelen kun je een platform creëren. Dit heb ik ook geleerd van andere kleine initiatieven. Je hebt in Deventer ook Petrichor, een kleine uitgeverij die publicaties en kranten met de nadruk op kunst en poëzie. Alleen al met een kopieermachine kun je zoveel doen. We krijgen nu ook subsidie van de gemeente, dat budget is fijn maar vooral de waardering en erkenning is voor ons belangrijk. In het rapport werd de meerwaarde voor het kunstklimaat, de locatie en de laagdrempeligheid beschreven. We proberen de basis organisatie en logistiek van de ruimte zo goed mogelijk te organiseren. Zo is er een onkostenvergoeding voor de kunstenaars, en zorgen we voor heldere communicatie en goede documentatie.

— Pernilla Ellens Hoe maken jullie de keuzes voor de deelnemende kunstenaars?

—Aalt van de Glind De exposanten komen deels uit ons eigen netwerk. Soms geeft het platform ook de mogelijkheid om kunstenaars uit te nodigen die je nog niet kent, maar waar je zelf mee in gesprek wilde gaan, en waarvan je denkt dat het werk mooi zou passen. Bart is schilder en ik ben fotograaf dus we hebben allebei een hele andere praktijk, dus dat geeft ook dynamiek. We proberen wel te wisselen, door niet alleen schilderkunst te tonen maar ook installaties en fotografie. Zolang het technisch mogelijk is, willen we de kunstenaar alle vrijheid geven. We zien wel het liefst site-specific werken, dat er een uitspraak wordt gedaan in of met de ruimte. Het moet lekker knallen. Nu hebben we ook een open call uitstaan voor Deventer kunstenaars. Zo blijven we mogelijkheden creëren voor hedendaagse kunst in Deventer, niet alleen voor het passerende publiek maar ook voor de kunstenaars hier.


Meer informatie:

Website R.S.O.L.

Website De Perifeer

Facebook NachtExpo 

Website Petrichor, podium in boekvorm

 

Pernilla Ellens
is onder meer curator en momenteel stagiaire bij Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2021