Jane Huldman in expositie Capturing Corona, 2020, foto: Johan Nieuwenhuize, courtesy Stroom Den Haag

'Er moet nu heling komen' - Jane Huldman neemt na dertig jaar afscheid van Stroom Den Haag 

Issue no3
juni - juli 2021
Makers Of Their Own Time - Relational Activism

Ze noemt zich lachend de laatste der Mohikanen. Jane Huldman nam deze week afscheid van Stroom Den Haag, na er vanaf het eerste uur bij betrokken te zijn geweest. Dertig jaar werkte ze voor het centrum, dat ze samen met Lily van Ginneken van de grond af opbouwde. Een gesprek met een lach en een traan, over een sprankelend begin en een roerig einde. 'Mijn hart is zo verweven met Stroom dat het me echt pijn deed, als het hier minder ging.'

Pionieren, noemt ze het. Het ontstaan van Stroom in Den Haag. In 1990 was er nog niet veel: een aantal gemeentelijke taken, een budget en een naam, destijds nog alleen Haags Centrum voor Beeldende Kunst (HCBK), later Stroom hcbk (met kleine letters). Omdat er nog geen goede werkplek was, werden de eerste sollicitatiegesprekken in een gehuurd zaaltje op Centraal Station gevoerd. Jane Huldman was de eerste medewerker, gevraagd voor de baan nog voordat Lily van Ginneken er als eerste directeur aan de slag ging. Samen met Lily en later ook Jan Wijle, vormde Jane een klein en hecht team dat Stroom in enkele jaren uitbouwde tot een bruisende organisatie, die de Haagse kunstwereld eerst onderwierp aan een grondig zelfonderzoek, om hem vervolgens nationaal op de kaart te zetten met een breed scala aan programma’s. Ik ben er zelf een aantal jaar bij betrokken geweest, als werkgroeplid en stadsconservator (reden waarom ik in dit verhaal de voornamen zal gebruiken).

Het centrum verwierf vooral bekendheid met gewaagde en later veel nagevolgde experimentele programma’s in de openbare ruimte, op een manier zoals op dat moment nergens anders in Nederland werd gedaan. En met enkele grootschalige permanente werken, met de door James Turrell tot observatorium omgevormde duinpan bij Kijkduin als grootste eyecatcher. Onder Arno van Roosmalen, die Lily in 2004 opvolgde, veranderde de instelling van karakter en verschoof het accent van de openbare ruimte naar stimuleringsprogramma’s voor de kunstenaars en instellingen en enkele grotere onderzoeksprogramma’s, die samen met tal van bedrijven en overheidsinstellingen uit de hofstad werden opgezet. Mede dankzij die stimuleringsprogramma’s is er momenteel een bijzonder levendige kunstenaarsscene in Den Haag, met een voor de omvang van de stad relatief groot aantal kunstenaarsinitiatieven.

Vorig jaar jubileerde Stroom, maar van een feestjaar was geen sprake. Door corona viel het feestprogramma van de dertigjarige in het water en tot overmaat van ramp belandde het centrum in een crisis nadat de kwestie Andeweg een aantal interne zwakheden blootlegde. Van Roosmalen moest vervolgens als directeur opstappen.

Deze week nam Jane afscheid. Ze gaat met pensioen, vanwege alle perikelen een half jaar later dan gepland. In dit gesprek blik ik met haar terug op dertig jaar Stroom en vooral haar rol in wat Stroom nu is.

Jane temidden van andere toehoorders bij het programma 'De Dingen', 2018, foto: Tarona Leonora, courtesy Stroom Den Haag

 

—Domeniek Wat betekent Stroom voor jou?

—Jane ‘Stroom heeft mij ontzettend veel geleerd, zij heeft mij de wereld op een heel andere manier laten bekijken, vooral dankzij de kunstenaars. Mijn start met Lily is ook heel betekenisvol geweest. Dat creëerde zoveel dynamiek, en leverde zoveel vragen op, alleen al omdat ze met heel veel plannen zat die ze wilde realiseren.’

—Domeniek Hoe ben je hier terechtgekomen?

—Jane ‘Ik werkte bij de Gemeentelijke Commissie voor Beeldende Kunsten (GCBK), onderdeel van de Dienst voor Schone Kunsten waar ook het Haags Gemeentemuseum (nu Kunstmuseum Den Haag) onder viel en dat formeel mijn werkgever was. De commissie richtte zich op het kunstbeleid dat buiten het aandachtsveld van de musea viel, zoals 'kunst in de openbare ruimte' en 'bijzondere opdrachten'. Die commissie stond onder voorzitterschap van Enno Develing, een heel inspirerende man, erudiet, met een visie, die heel bijzondere dingen gedaan kreeg. Maar Develing raakte na een tijdje uitgekeken op de commissie en ging terug naar het Gemeentemuseum, waar hij vandaan kwam. Zijn vertrek maakte de commissie stuurloos en juist op het moment dat ik me afvroeg of ik ook maar iets anders zou gaan doen, diende dit nieuwe project zich aan, de oprichting van het Haags Centrum voor Beeldende Kunst. Na een felle politieke discussie was in de gemeenteraad besloten een aantal taken van het gemeentelijk kunstbeleid onder te brengen in een onafhankelijke stichting, die de slagvaardigheid zou vergroten omdat niet elk project eerst ter goedkeuring aan B&W hoefde te worden voorgelegd.

—Domeniek Veranderde er veel in je werk?

—Jane ‘Ja, alles. We begonnen bijna als een kunstenaarsinitiatief, from scratch. Wat natuurlijk niet helemaal zo was want er ging ook een documentatiearchief over kunstenaars over. Lily was in gesprek over alles. Ze bracht een sfeer met zich mee dat er veel mogelijk was, dat veel open lag. Wat wij deden was pionieren, Dat was zo bijzonder. Als je met zijn tweeën begint dan pak je van alles aan. Zo zitten Lily en ik ook in elkaar, het maakt niet uit wat we doen, het moet gewoon gebeuren: adressenbestand, kaartjes overzetten op computer, we deden het allemaal zelf. Daarom is het een heel bijzondere tijd en start geweest. Het werk wordt veel meer deel van jezelf.’

—Domeniek Als je kijkt naar de groei van de organisatie, de fases die je daarin doorlopen hebt, heb je dan bepaalde favoriete periodes gehad?

—Jane ‘Absoluut de jaren met Lily en met Jan [Wijle]. Wat ik destijds erg heb gewaardeerd, is het werken met de werkgroepen. Zij hielpen mee het beleid te maken, een visie te ontwikkelen en op basis daarvan het programma samen te stellen. We werkten vanuit de opvatting: dat kunnen wij niet allemaal zelf; de wereld is te klein, je hebt de input van buiten nodig. Werkgroepleden liepen niet in en uit om te adviseren, maar waren intens bij Stroom betrokken. Ik ben ervan overtuigd dat het noodzakelijk is. Als je een artistieke visie wil ontwikkelen, raadpleeg dan anderen om je artistieke koers te bepalen.’

—Domeniek De werkgroepen zijn er toch nog?

—Jane ‘Nee, de laatste werkgroep was die van kunst in de openbare ruimte. Jan Wijle heeft deze werkgroep denk ik nog twee jaar kunnen laten meedraaien maar daarna was die van de baan. Arno wilde alles anders aanpakken, wat ik me ook kan voorstellen. Een directeur wil zijn eigen stempel drukken op de situatie. Hij vond kunst in de openbare ruimte toentertijd minder relevant dan andere dingen. Zijn interesse lag meer bij de stimuleringsprogramma’s. Ik vond het opheffen van de werkgroepen wel een teleurstelling, omdat we zo’n goede ervaring hadden met hoe ze konden functioneren.’

—Domeniek Ik herinner me dat Stroom in de jaren negentig niet echt goed lag in de stad, er was veel verzet.

—Jane ‘Nee, Stroom lag helemaal niet goed. Bob Bonies en de BBK BBKA met de daaraan verbonden kunstenaars kwamen in opstand, tegen de koers van Stroom, georganiseerd in “Tegenstroom”. De kunstenaars stonden op barricade, kunstenaars met wie ik een voorgeschiedenis had, soms zelfs een vertrouwensband.’

—Domeniek En ineens werkte je voor de ‘opponent’.

—Jane ‘Het was best ingewikkeld. De fricties hadden ermee te maken dat er altijd bepaalde structuren waren waar kunstenaars rechten aan ontleenden en die verdwenen opeens, alles werd onzeker door andere beslisstructuren. Het had ook te maken met de duidelijke keuze van Lily voor kunst in de openbare ruimte.'

—Domeniek De kunstenaars zagen jou natuurlijk als een oude metgezel, die het van binnenuit wel voor ze zou opnemen?

—Jane ‘Ja, dat zou zo maar kunnen. Het ging heel erg over positie en geld. Het geld, “hun” geld verdampte en werd bestemd voor iets internationaals, niet eens voor opdrachten aan hen. En het ging ook om visie. Bij kunst in de openbare ruimte ging het altijd om objecten op locatie in de stad, waar Haagse kunstenaars voor werden gevraagd. En ineens werd dat budget op heel andere manieren uitgegeven. Dat proces werd versterkt door het rapport dat Cor Blok over kunst in de openbare ruimte had uitgebracht [in een geruchtmakend essay verklaarde hij de openbare ruimte ongeschikt voor kunst vanwege de vele commerciële ruis en andere stoorzenders, DR]. Door dat rapport veranderde het beleid, kwam er ruimte voor onderzoek, tijdelijke projecten, zoals Stroom Travels die voorzagen in de andere, meer dynamische blik op de stad. Een ander voorbeeld is Het Zevende Museum, waarin de stad werd gezien als een denkbeeldig museum zonder dak. Renée Kool plaatste in dat kader een poppenkast op een plein in de stad. Bob Bonies en zijn achterban in de BBK en BBKA waren er niet gelukkig mee. Ze kwamen massaal opdagen bij zogenaamde “tegenstroom-bijeenkomsten” in de voormalige Houtrusthallen.’

Bij kunst in de openbare ruimte ging het altijd om objecten op locatie in de stad, waar Haagse kunstenaars voor werden gevraagd. En ineens werd dat budget op heel andere manieren uitgegeven

Renee Kool, Het Zevende Museum, 1993-1994, foto: Stroom Den Haag

Stroom Travels, seizoen 2002, foto: Stroom Den Haag

Stroom Travels, seizoen 2002, foto: Stroom Den Haag

Stroom Travels, seizoen 2002, met o.a. Jane, Riet Vooijs en Jan Wijle helemaal rechts , foto: Stroom Den Haag

—Domeniek Hoe was dat voor je?

—Jane ‘Ik vond het allemaal heel bedreigend. Daar zaten Lily en enkele bestuursleden en commissieleden achter tafel, tegenover een schreeuwende zaal van honderden kunstenaars. Ik vond het vreselijk. Het heeft ervoor gezorgd dat ik pal achter Lily ben gaan staan, haar wilde beschermen. Degene die ons toen heel erg geholpen heeft was Christie van der Haak. Zij heeft kunstenaars in de stad gemobiliseerd die voor Stroom waren.’

—Domeniek Die tegenstand is uiteindelijk verdwenen, toch?

—Jane ‘Ja, dat was de kracht van Lily, strijdlustig, toch diplomatiek en niet bang. Ze heeft zich er niet door opzij laten zetten. De storm is geluwd. Zoals je ook wel ziet in de politiek. Dat duurt dan even en dan gaat het weer weg. Ook bij Andeweg, onlangs [waarbij Stroom in opspraak kwam omdat er niet adequaat is gereageerd op beschuldigingen aan het adres van Andeweg, geuit door een slachtoffer in een brief aan medewerkers van Stroom nadat Andeweg er exposeerde, DR]. Dat was zo enorm, dat heeft zoveel veroorzaakt, ook hier bij ons, maar ook dat is weer geluwd. Het gaat natuurlijk niet weg, zeker niet voor ons, maar dat extreme is er wel af. Lily heeft de kunstenaars die destijds zo tegen haar beleid waren altijd uitgenodigd voor bestuursvergaderingen. Ze ging ermee in gesprek en van daaruit ontstond meer toenadering en ook begrip voor de koers waarmee Stroom bezig was.’

—Domeniek Je moet je eigen rol niet te klein maken, volgens mij had je destijds een soort bemiddelingspositie. Was je niet de brug naar de mopperende kunstenaarsgemeenschap?

—Jane ‘Ja, dat is waar. Ik was degene die in gesprek ging daarover, wisselde uit, had contact erover. Ik vond het ontzettend belangrijk naar buiten uit te dragen waar Stroom voor staat, de nieuwe visie op het beleid uit te leggen. Dat heb ik altijd graag willen vertellen. Openheid en eerlijkheid duren het langst. Ik voelde me er ook toe geroepen, ter verdediging van Lily, uit bewondering voor haar strijdlust, ook omdat ik er zelf in geloofde. Communicatie is belangrijk, alleen als je het uitlegt krijg je iets gedaan.’

Communicatie is belangrijk, alleen als je het uitlegt krijg je iets gedaan

John M. Johansen - Visionair architect, 2003, Foto: Jeroen Nooter, courtesy Stroom Den Haag

—Domeniek Destijds, bij Stroom aan het Spui, zat je in een kamer naast Lily, met een tussendeur naar haar kantoor die altijd open stond. Als je met Lily een afspraak had ging je eerst bij jou naar binnen en had er als het ware een voorgesprek. Kwamen er mensen ook speciaal voor jou?

—Jane ‘Ja die kwamen ook, met vragen over de subsidies of om advies. Vaak waren persoonlijke omstandigheden de aanleiding voor een adviesvraag, waar ik met ze over sprak. Of ze kwamen om de uitslag van de subsidieaanvraag uit mijn mond te horen. Ze kwamen alleen bij een afwijzing. Ik kon het altijd wat nuanceren. Het is de toon die de muziek maakt. Lily wekte de indruk onbereikbaar te zijn maar was juist open en toegankelijk. Het kantoor stond altijd open, met die grote tafel die ze had, waar je kon aanschuiven. Maar bij een directeur is er wel een machtsverhouding, niet iedereen durfde daar naar binnen, sommigen verkozen het alleen aan mij te vertellen.’

—Domeniek Ging dat op de Hogewal [de huidige locatie van Stroom] anders?

—Jane ‘Ja het is heel anders hier, een heel open sfeer met iedereen om je heen, die ik ook wel prettig vind. Je moet je alleen terugtrekken op een flexplek, als je apart met iemand wil praten.’

—Domeniek Is jouw werk erg veranderd na het vertrek van Lily?

—Jane ‘Er zijn wel dingen veranderd in het werk, de uitvoering. Heeft deels te maken met de ontwikkelingen. Inhoudelijk is er wel veel veranderd. En er heeft zich een organisatorische verandering voorgedaan. Er is een veel nadrukkelijker onderscheid tussen afdelingen en hoofden aangebracht, met daarbij horende overlegstructuren en een managementteam. Het had te maken met professionalisering, passend bij deze tijd, net als ook de technologisering die maakt dat je echt geen digibeet meer kunt zijn. En het had te maken met groei. Er werken nu achttien mensen hier.'

—Domeniek Heb je wel eens overwogen om te vertrekken?

—Jane ‘Ja, ik heb me die vraag vaker gesteld: vind ik het nog leuk? Heb ik het nog naar mijn zin? Dat vond ik belangrijk. Er zijn ook momenten geweest dat ik het minder naam mijn zin had. Mijn hart is zo verweven met Stroom dat het me echt pijn deed, als het hier minder ging. Daar wilde ik vanaf, ik vond me te gevoelig; dat was ook een reden om me de vraag te stellen. Ik ben ook wel eens ergens voor gevraagd, maar juist op die momenten dacht ik: nee, ik wil hier blijven.’

—Domeniek Is er een ideale omvang voor Stroom?

—Jane ‘Daar heb ik wel eens over nagedacht, vanwege de ambities. Ik was een tijdje bang dat Stroom te groot zou worden. Stroom zoals ik het ken en zoals ik vind dat het zou moeten functioneren, moet middelgroot en wendbaar zijn en blijven. Die wendbaarheid is onmisbaar. Ik gebruik het woord wendbaar omdat het veel zegt over de flexibiliteit die je van Stroom mag verwachten voor het veld. Stroom wil zich graag verhouden tot andere organisaties in de stad, maatschappelijk van betekenis zijn, verbindingen zoeken, hoe je elkaar aan kunt vullen en begrip kweken. Dat alles is denk ik alleen mogelijk als je vermijdt een log apparaat te worden. Dat betekent niet groot worden, ambities op niveau houden. Niet een te grote broek aantrekken. Zorg dat je ambities realiseerbaar blijven.’

—Domeniek Volgens mij speelt daar ook identiteit in mee, die is bij Stroom altijd ingewikkeld geweest, vanwege de verschillende functies, als subsidiegever, als ateliersbeheerder. Stroom is een loket, maar ook een presentatie-instelling met een eigen profilering?

—Jane ‘Stroom heeft verschillende gezichten. We hebben geprobeerd om met een smoel naar buiten te treden, maar dat is mislukt. Ik heb in discussies daarover altijd aangegeven: waarom niet hybride zijn? Waarom al die moeite doen om aan één gezicht te werken? We zijn een meerkoppig monster, nou goed geen monster. De een kent Stroom alleen van de tentoonstellingen of het programma, de ander van de subsidies en een ander weer alleen van de inschrijvingen voor een atelier. Waarom kunnen we die veelzijdigheid niet omarmen?’

—Domeniek Hoe was het vertrek van Lily voor jou?

—Jane ‘Ik vond het moeilijk, ook de overgang naar Arno vond ik moeilijk. Ik bedoel, ik vind hem een sympathieke en prettige man, en had ook gevoel dat ik het met hem kon vinden, maar ik miste van het begin af het zicht op waar we naartoe zouden gaan. Arno was daar zo anders in dan Lily. Dat ik dat miste had ook daarmee te maken, dat ik door de jaren met Lily zo anders gewend was. Met de komst van Arno verwachtte ik ook weer zoiets, een nieuw vergezicht. Maar Arno wilde het anders doen, andere accenten zetten, zonder omkijken. Dat is zijn goed recht.’

—Domeniek Zijn er dingen waar je trots op bent?

—Jane ‘Ik vind de tentoonstellingen die ik mocht organiseren in de voormalige broodfabriek aan de Toussaintkade een fantastische reeks. Kunstenaars krijgen de ruimte. Niet omdat ik daarmee bezig was, meer de manier waarop kunstenaars er hun experiment realiseerden waar ze soms al lang mee liepen. De gedroomde presentatie. Verder heb ik altijd genoten van de kunstenaarspresentaties door de jaren heen, zoals in de Bovenkamer bij Schlemmer: kunstenaars en niet-kunstenaars die vertellen over hun werk. Dat waren belangrijke momenten, vooral omdat ik merkte dat kunstenaars uit de stad zich er echt door konden laten inspireren. Op de Toussaintkade hebben we trouwens niet alleen Haagse kunstenaars gehad, maar ook Ferdi, Bülent Evren en Nour Edine Jarram. We brachten Turkse en Marokkaanse kunstenaars samen als onderdeel van een onderzoek naar de verschillende culturele achtergronden. Toen was diversiteit al een aandachtspunt, maar zonder de nadruk die inmiddels is ontstaan. ’

Ferdi Hortiscupture, 1992, foto: Rob Kollaard, courtesy Stroom Den Haag

Christien Rijnsdorp, 'Circus Rijnz', 2008, foto: Rob Kollaard, courtesy Stroom Den Haag

—Domeniek Zijn er ook dingen waar je spijt van hebt? Het is vreselijk misgegaan vorig jaar, uitmondend in het vertrek van Arno.

—Jane ‘Vorig jaar, ons jubileumjaar, zou heel bijzonder worden, omdat we alle vaste structuren los zouden gooien. Aanvankelijk vond ik het programma Where’s the exhibition? heel spannend. Het idee was dat we zouden reflecteren op onze organisatie, ons eigen functioneren, en het programma. Hierbij speelden vier vertrekpunten: Play, Be Unproductive, Share, Invite en Participate, naar aanleiding van de publicatie Facing Value van Maaike Lauwaert en Francien van Westreenen (eds.) Het was een leerproces. Ik verheugde me erop maar het is helaas een teleurstelling geworden. En het heeft niet de kracht van Stroom naar boven gebracht maar zijn kwetsbaarheid, zowel inhoudelijk als organisatorisch. De kwestie Andeweg wordt in de media voorgesteld als de oorzaak van de crisis die uitmondde in Arno’s vertrek, maar het was de druppel die de emmer deed overlopen. Daarvoor was er al een groeiende irritatie over waarom doen we dit? De reflectieve periode en het programma dat er onderdeel van was, bleken vooral onduidelijkheid los te maken, het gevoel van zwemmen en onzekerheid. Uiteindelijk is het niet voor niets geweest want ook hieruit hebben we als team lering getrokken. Leiding, sturing, helderheid en openheid zijn cruciaal voor een goed functionerende organisatie. Ik denk dat Alexandra als artistiek directeur samen met Bas een uitstekende invulling daaraan zal geven.’

—Domeniek Ik vond het wel een gewaagde stap van Arno om alle structuren weg te halen, maar vroeg me direct wel af of het iets zou gaan oplossen. Tegelijkertijd begreep ik Arno’s zorg wel dat de positie van Stroom in de stad en ook het land veranderd is met de jaren. Er is zoveel bijgekomen, ook in Den Haag, met West en Nest en 1646, om er een paar te noemen. Vanuit die optiek snap ik wel dat Arno die vraag wilde stellen: wat is de specificiteit van Stroom?

—Jane ‘Ja, dat is ook zo, je moet je verhouden tot je omgeving. West, Melly, nog meer instellingen. Je moet om je heen blijven kijken, je daartoe blijven verhouden. Alleen door dat te blijven volgen, kun je zeggen jongens, de concurrentie mag groot zijn en killing, maar wij moeten ons richten op iets anders. Positie terugwinnen door een nieuwe koers te gaan varen. Door te kijken wat goed en niet goed is; onderzoek is heel waardevol. Het is goed dat Arno het is begonnen, jammer dat het niet goed heeft uitgepakt. Maar ik hoop wel dat we er toch ook op een goede manier conclusies aan kunnen verbinden, nieuwe stappen kunnen zetten. Op zich is het niet erg dat alle onvrede nu zo zichtbaar is geworden, dat zat als het ware in het model van het onderzoek, maar ik had het Arno nooit gegund op zo’n manier weg te moeten. Net als Lily heeft ook hij veel voor Stroom betekend.’

Ik had het Arno nooit gegund op zo’n manier weg te moeten. Net als Lily heeft ook hij veel voor Stroom betekend

De Honing Bank Den Haag, 2012-2014 (Foodprint), foto: Stroom Den Haag

De Honing Bank Den Haag, 2012-2014, (Foodprint) foto: Stroom Den Haag

—Domeniek Wat betekende dit laatste jaar voor jouzelf, toch niet de fijnste tijd van alle jaren?

—Jane ‘Ik ben niet voor niks gebleven en heb Bas [Mulder, de nieuwe zakelijk directeur] en Sharon Gesthuizen [voorzitter van de Raad van toezicht, die interim manager werd na het vertrek van Arno] kunnen bijstaan toen ze moesten inspringen na Arno's vertrek. En ik heb afgelopen maand met Alexandra [Landré, de nieuwe artistiek directeur] gewerkt, om haar dingen over te dragen, haar in te werken en de achtergrond van dingen te vertellen. Alexandra is nieuwsgierig. Ik heb het gevoel dat ze de reuring kan brengen, die nodig is, maar op rustige manier, met verstand. Ik denk dat het goed is dat zij hier nu is, op het juiste moment, want er moet heling komen.’

Foto's coutesy Stroom Den Haag, met speciale dank aan Liesbeth Nieuwenweg

Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 3 — 2021