De wereld ontmoet het Midden Oosten aan de Arabische kust

Issue no5
okt - nov 2018
Entanglement
Sharjah Biennial 9


In de hal van het kunstmuseum in Sharjah ligt op een eenvoudige sokkel een groot blinkend ei. Het is een werk van de Duitse Karin Sander. Sommige bezoekers lopen er langs zonder het te zien, anderen kijken luttele seconden om vervolgens door te gaan naar de eerste zaal - de oorsprong van de dingen blijft wel vaker onopgemerkt. Het glanzende ei zegt veel over de tentoonstelling die volgt: over de frisheid van de werken, de breekbaarheid van betekenissen, de herkomst van de kunstenaars. En over de plaats van handeling zelf. De quasi-Brancusi die hier ligt is een gepolijst Zuid-Afrikaans struisvogelei dat een ode brengt aan de Arabische kust als bakermat van de menselijke beschaving.

Nu de biënnales overal in de wereld als paddenstoelen uit de grond schieten, is het opmerkelijk dat het streng islamitische Sharjah al aan zijn negende editie toe is. Die ervaring laat zich herkennen. De biënnale bestaat behalve uit een tentoonstelling met 58 kunstenaars uit 23 landen, onder wie veel jonge kunstenaars uit het Midden Oosten, uit een programma met performances en lezingen en een conferentie over de kunst in de Arabische wereld.

Laurent Grasso, The wider the vision, the narrower the statement, 2009, Neon installation


De tentoonstelling vindt grotendeels plaats in wit lemen gebouwen, deels historische deels nieuwe, in het gerestaureerde centrum van het emiraat dat op nog geen 10 kilometer van Dubai ligt, maar in veel opzichten de tegenhanger is van die mondaine metropool. De tentoonstelling begint in het kunstmuseum met een olieverfschilderij van de Sjeik van Sharjah. Tenminste, dat denk je als bezoeker, tot je ziet dat achter het, onder een schuine hoek aan de muur hangende schilderij een kluis verborgen is. Het is een werk van de Turkse kunstenaar en curator Halil Altindere dat op het eerste gezicht wel erg ‘letterlijk’ is, maar toch werkt. Misschien doordat er pal tegenover een knipperende neontekst hangt met “Inshallah” in Arabisch schrift. Misschien ook omdat het werk ambigue trekjes krijgt zo gauw je de hele tentoonstelling hebt gezien en je begint af te vragen of Altindere de rijkdom van de Sjeik ter discussie stelt of hem juist complimenteert met de besteding van zijn geld.

Sheela Gowda, Drip field 2009, Site-specific mixed media outdoor installation


De inzet van artistiek directeur Jack Persekian was een biënnale te maken waar de kunstenaars zelf van profiteren en die tot een werkelijke ontmoeting met de bevolking leidt. Hij zette een groot productieprogramma op touw met flinke budgetten voor de deelnemers. Het resultaat is een tentoonstelling met veel werken die zo uit het atelier komen, ter plekke gemaakt zijn of pas tijdens de manifestatie hun uiteindelijke vorm krijgen. Dat is te zien in de installatie van de jonge Reem al Ghaith uit Dubai. In een sculpturale omgeving met uitgezaagde stukken land en roodwitte afzetlinten, die naar het landjepik in haar geboortestad verwijzen, zijn werklieden druk met troffels en gips in de weer. Buiten heeft de Indiase Sheela Gowda de sombere straat tussen de twee locaties van het kunstmuseum met een laag pikzwart asfalt en drie centimeter water in een Venetiaanse gracht veranderd. Tegenover het museum, op de snikhete binnenplaats van het Shamsi House, laat Lara Favaretto kleurige borstels van een Italiaanse car wash vrolijk en doelloos in het rond draaien; hier is het juist de afwezigheid van water die het werk zeggingskracht geeft.

Lara Favaretto, 'Amamiya and Sasayama; Bobby and Laura; Harold and Maude; Kelly and Griff; Maria and Felix; Shirley and Cyril; Stephanie and Sabrina' 2009, Mechanical Installation


De tentoonstelling zit verrassend in elkaar. Kort na het begin onderstrepen enkele door Hiroyuki Masuyama nageschilderde verloren werken van Caspar David Friedrich het belang van een historische blik. Daarna is er fijn priegelwerk van de Filippijnse Lani Maestro dat je op het kleine attendeert. Bekende en onbekende namen wisselen elkaar af. Sommige kunstenaars, bijvoorbeeld Eugenio Dittborn en Lawrence Weiner, doen al decennia mee in het circuit van internationale groepstentoonstellingen. Anderen, zoals Ziad Antar, David Spriggs en Nika Oblak & Primoz Novak, komen net kijken. Al halverwege de tentoonstelling is duidelijk dat de organisatoren de regionale en de mondiale kunstpraktijk op een haast natuurlijke manier bij elkaar gebracht hebben.

Jane & Louise Wilson, Spiteful of Dream, 2008, Mixed media installation


Die speelse verscheidenheid is mede te danken aan curator Isabel Carlos, die eerder de biënnale van Sydney samenstelde en nu directeur is van de Gulbenkian Foundation in Lissabon. Negen maanden voor de opening werd ze door Persekian bij de manifestatie betrokken. Samen maakten ze een selectie uit de honderden binnengekomen projectvoorstellen. Om een afgewogen balans te krijgen tussen jong en oud, schilder- en videokunst, ernst en humor nodigde Carlos ook kunstenaars uit haar eigen netwerk uit. Zo kwamen Jane & Louise Wilson in de tentoonstelling, die met een recent werk over migratie, Spiteful of Dream, een sleutelpositie innemen in de hoogstgelegen zaal van het kunstmuseum en daarmee de toon zetten voor een kritisch vervolg van het programma in het Serkal House aan de overkant.

Is er dan helemaal niets op de biënnale aan te merken? Je zou het bijna denken, als de kracht van de helderheid niet ook een keerzijde had: de tentoonstelling is zo hecht en helder dat de bezoeker ongemerkt begint te verlangen naar iets waar geen touw aan vast te knopen is of tenminste losse draadjes aan zitten. Min of meer zoals de omgeving: de flats die vreemd boven het oude lemen stadcentrum uitsteken, het boorplatform dat als een ruimteschip in de haven staat, de honderden kleurige winkels van Indiërs, Pakistani en Afghanen.

Samira Badran Have a Pleasant Stay! 2009 – Mixed media installation


Wat achterblijft in de geest zijn vooral de moeilijker te interpreteren werken. Zo is er een waanzinnige video van de in Kuwait geboren Palestijnse Basma al Sharif, waarin twee mensen met een spandoek in een bosje staan, terwijl een stem vertelt over het meten van afstanden tussen Rome en Geneve, Madrid en Oslo, Oslo en Sharm el Sheik, Gaza en Jeruzalem. We zien haaien in een aquarium, vrouwen huilen, bombardementen op een ontwakende stad en hoewel je weet waar het over gaat,kun je niets vastpinnen. Eenzelfde gevoel roepen de vergeelde en deels uitgewiste aanplakbiljetten van martelaren uit de Libanese burgeroorlog op die Joana Hadjithomas & Khalil Joreige verzamelden en gedeeltelijk door grafische kunstenaars lieten intekenen in een poging de doden van weleer tot leven te wekken.

Nikolaj Bendix Skyum Larsen, Rendezvous* 2009 – 2 screen video installation


Het werk dat uiteindelijk het krachtigste nabeeld achterlaat, is de video “Spy Falcon” van de Fransman Laurent Grasso. Als bezoeker kijk je lang naar een blinkende, door de woestijn rijdende four-wheel drive. Onderwijl hoor je repeterende tonen die maar niet in een melodie veranderen. Op een kale berg stopt de auto. Er stapt een man uit, die je even later met een valk op zijn arm boven een ravijn ziet staan. De valk heeft een camera om zijn nek. Hij wordt in de lucht gegooid. Daarna volgen snelle, schokkende beelden van het landschap. Bergen, stenen, ineens een hekwerk, een vreemd rechthoekig gebouw, een vallei diep in de bergen. Flarden beeld van een man die wegloopt. Heeft hij gevangeniskleren aan?

Zo blijf je na het zien van meer dan honderd werken achter met het pijnlijke gevoel alsof je in het geheim een strafkamp hebt gezien, een donkere kant van het leven op het Arabisch schiereiland. Met dank aan een vooruitstrevende Sjeik, die met een open blik zijn geld durft te investeren in de kunst. Of zou de kunst hier juist een façade zijn waar de waarheid achter verborgen blijft?

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2018